Mobiliteit en bouwen - Denk aan later
Mobiliteit en bouwen
Met het oog op de afnemende mobiliteit verdient de éénverdiepingsoplossing de voorkeur. Met andere woorden: slaap- en woongedeelte bevinden zich het liefst op de gelijkvloerse verdieping. Voorzie eventueel ruimte voor een extra slaapkamer en een badcel. Als alles toch over meer dan één verdieping moet worden verspreid, denkt u het best op voorhand na over de mogelijkheden om later de trap aan te passen ( bijvoorbeeld met een stoeltjeslift) of om een helling of een lift te kunnen voorzien.
Uiterst funktioneel is een open woning, die in ruimten wordt verdeeld door schuif-, kast- of verplaatsbare wanden en die op elk ogenblik een andere indeling kan krijgen. In de keuken is een latere aanpassing aan een rolstoelgebruiker nogal drastisch, omdat men tot onder alle kasten moet kunnen manoeuvreren. Laat de tegels alvast doorlopen tot achter de kasten. Daardoor bespaart u kosten en moeite als er later veranderingen nodig zijn. Omdat er nogal wat onderkasten zullen verdwijnen, is een mogelijkheid tot uitbreiden altijd een goed idee. Dat kan bijvoorbeeld een bergruimte zijn, die wordt afgescheiden door een lichte kast. Eventueel kan u meteen in de hoogte verstelbare of nastelbare werkvlakken aanbrengen, zodat u op bepaalde plaatsen zittend kan werken.
Tussen bad- en slaapkamer moet zeker een verbinding zijn. Een wc in de badkamer zal meer bewegingsruimte bieden dan een toilet apart. Schuiframen of naar buiten draaiende deuren zijn veiliger. Onder de wastafels moet voldoende ruimte zijn voor de rolstoel. De badrand moet ongeveer even hoog zijn als de rolstoelzit ( circa 50 cm). Afzetvlakken aan hoofd- en voeteneinde helpen bij het in- en uitstappen. Onder de douche moet plaats zijn voor een stoel. Een stuk handiger is echter een opklapbaar zitje en een douchevlak zonder opstap ( verzonken badkamervloer). In de buurt van het toilet moet er plaats zijn voor aan de muren opklapbare steunen of vaste handbeugels.
Voorzie leuningen aan weerskanten van trappen en hellingen. De hoogte kan variëren van 60 cm
( kleine personen) tot 85 cm ( doorsnee). Ronde leuningen met een diameter van 4 tot 5 cm liggen
het best in de hand. Om een trap zo toegankelijk mogelijk te maken, werkt u het best met een optrede/aantredeverhouding van 16/32cm of 17/29cm. Maak de aantrede voldoende groot zodat de volledige voet op de trede kan worden geplaatst. Hellingen mogen niet meer den 7 % bedragen voor een maximale lengte van 5 meter en slechts 5 % voor een maximale lengte van 10 meter. Mobiliteit is in deze gevallen synoniem met veiligheid. Een trap in exotisch hout maar spiegelglad is een onding en géén luxe; een mooie antieke kachel, waar men steeds weer tegen aan loopt, is geen nostalgie maar een hindernis.